De moed om te blijven
Vroeger dacht ik dat ik goed presteerde onder druk. Ik ging in hyperfocus en stopte niet tot ‘het’ klaar was. Alleen was het nooit klaar. In het onderwijs ben je nooit 'klaar'.
Doorgaan tot het niet meer gaat
Met de komst van mijn kinderen, stopte ik met het 's avonds werken. Echt gas terug nam ik niet, ik dreef mijn werktempo tijdens en na schooltijd op. Regelmatig verliet ik de school als een van de laatsten. Daarnaast verplichtte ik mezelf ook tot deelname aan (of organisatie van) activiteiten op de scholen en verenigingen van de kinderen.
De lichaamssignalen die ik ervaarde, zoals buik- en hoofdpijn, stopte ik weg. Of ik nam een paracetamol om toch door te kunnen gaan. Misschien deed ik iets rustiger aan op mijn vrije dagen, maar verder was ik 'oké'. Tot het niet meer ging. En ik leerde dat het anders kan. En mezelf toestond dat het anders mág.
De kracht om te stoppen
Blijkbaar hoort daar ook een pittige dosis daadkracht bij. Daadkracht om mijn eigen grenzen te bewaken, voor mezelf. Maar zodra ik mijn eigen grenzen moet bewaken tegenover anderen, zorgt een oud patroon in mij voor innerlijke strijd.
Aanpassen tot ik mezelf kwijt was
Als kind heb ik me geleerd aan te passen. Te voegen, te bukken, te stretchen. Mijn vriendin Julia noemt die aanpassing 'Barbapappa' en die vind ik zo kloppend. Zolang ik mij maar aanpaste, de versie van mij werd die een ander nodig had (of waarvan ik dacht dat ik alleen op die manier lief gevonden werd), dan werd het leven iets makkelijker. Dus ik trok me terug, werd stil... Makkelijk. Als ik me wel uitsprak, bijvoorbeeld in mijn puberteit, was snel duidelijk dat dit niet gewenst was. Het was te veel. En ik ervaarde: 'ik ben te veel'.
Na jaren pellen aan die ui, heb ik schil voor schil mijn maskers onderzocht, geëerd, compassie gebracht en bedankt. In het midden vind ik mijzelf. Ik heb mij herontdekt. ‘Ik’ zit steeds vaker aan het stuur, niet mijn overleef- of beschermdelen. Al zal ik bij spannende gebeurtenissen zeker nog in een gekwetst deel schieten.
Want echt voor mezelf staan, en die daadkracht toestaan die daarbij nodig is, dat vraagt moed. Dat vraagt kracht. Voor mezelf staan, niet vanuit boosheid, maar vanuit geaardheid. Stevig, stabiel, terwijl ik geloof in mezelf. Rechtop, duidelijk, en terwijl ik dit in mijn dagboek schrijf komt er een mooie, rode libelle naast mij zitten... De libelle die mij laat weten dat ik aan het transformeren ben. Mezelf mag uitspreken, vanuit de verbinding met mezelf en mijn hulpbronnen. Ga maar staan. Voor mezelf, voor dat waar ik in geloof. Als ik in mezelf geloof, is het niet belangrijk wat anderen daarvan vinden. En toch merk ik dat het voor delen in mij nog steeds belangrijk is wat anderen van mij vinden.
Wat als...
Mijn volwassen deel kan gevolgen dragen. Mijn kleine deel kan een enorme angst voor afwijzing hebben. En die angst is groot. De angst maakt dat ik verdwijn in mijn onveilige holletje, waar ik zelf inmiddels veiligheid in kan aanbrengen. De angst is zo groot, waardoor ik voel hoe mijn vierjarige zelf zich heeft gevoeld. Zo eenzaam, zo onveilig. Soms raak ik vermengd met de angst. Mijn reptielenbrein gaat aan. De gevolgen voelen torenhoog, ik voel me zo afgewezen en niet gezien. Maar inmiddels weet ik uit te stappen. Naar buiten, de natuur in. Van waaruit ik uit kan reiken. Naar mijn man en later een ander luisterend oor. Die mij kan vertellen dat er nog verbinding is, waardoor ik terug kan naar mijn midden. En kan blijven, ook als (het) nog niet helemaal kloppend voor mij.
Uithouden en (ver)dragen
Ik ben trots dat ik mijn grens kan aangeven. Het verdragen van de gevolgen kan ik. Het uithouden en bewaken van mijn grens is een aandachtspunt. En dat lieve kleine deel dat angstig is? Die draag ik in mijn hart. En bij een volgend spannend moment, mag zij op de achtergrond blijven. In warme armen leunen, zacht en liefdevol. Zodat mijn volwassen deel voor alles in mij op kan komen.
Zie je mij?
Na het uitspreken van mijn grens, hoop ik dat de ander zegt: 'Yes, goed gedaan!' Maar zo werkt het niet... Als iemand een grens aangeeft, lijkt er ongemak te ontstaan. Ongeloof zelfs. En regelmatig volgt er een: 'maar je kunt toch wel...'. ‘Nee. Neehee. Nee.' Dit is mijn grens. Grenzen zijn er om gerespecteerd te worden. Niet om overheen geduwd te worden.
Persoonlijk leiderschap, zelfzorg, duurzame inzetbaarheid. Het zijn mooie kreten. Maar leven we er ook naar? Leven we er oprecht naar? En wat gebeurt er in de verbinding wanneer iemand hier wel naar leeft? Wordt er dan gezegd: ‘als het niet goed voelt voor jou, doe je maar niet mee?’ De verbinding zou los mogen staan van de inhoud. De verbinding zou los móeten staan van de inhoud. Zie je mij, ook als we het niet met elkaar eens zijn?
Kun je voelen hoe moeilijk het is om in mijn eentje een andere mening uit te spreken in een groep. Met mijn pestverleden? Met mijn jeugdervaringen?
Zie ik mij?
Kan ik loslaten dat ik het belangrijk vind dat een ander ziet hoe moeilijk dit voor mij is? Dat ik erken dat ik dat wat ik van een ander niet krijg, aan mezelf mag geven?
De enige persoon die mij toestemming hoeft te geven, ben ik. Of dat nu over mijn privé-leven, werk, onderneming, opleiding of hobby geldt. Sterk, vanuit mijn midden. Diep geworteld. En precies daar gaan we volgende week zondag mee aan de slag, in mijn workshop Diep Wortelen. Er zijn nog enkele plekken. Ben jij erbij? Voel je welkom.
Ik ben meer dan goed genoeg,
ook als ik nee zeg.
Ik mag blijven,
ook als wij verschillen van mening.
Ik weet wat ik te brengen heb,
ook als jij dit (nog) niet kan zien.
Mijn eigenwaarde
is gebaseerd
op mijn eigen waarde.
Ik ben goed genoeg. Ik ben meer dan goed genoeg. (Wende, het is genoeg)
Wil jij dieper ingaan op dit onderwerp?
Laat het me weten, ik ont-moet je graag!

Plan een gratis kennismaking











